De voorpretval
Over blokkenschema’s, boodschappenlijstjes en de dunne lijn tussen verlangen en controle
Als je dit leest, kruip ik waarschijnlijk gebroken uit mijn tent. Op zoek de dichtstbijzijnde percolator om te sterke koffie mee te zetten. In de tussentijd hopend dat iemand een pannetje wil uitlenen zodat ik mijn knakworsten kan opwarmen. Daarna klik ik een Affligem Blond open en begeef ik me naar de opzwepende muziek van Kin’Gongolo Kiniata, om vervolgens verder te beuken op IJSLAND en Overmono. Ik ben namelijk op Down The Rabbit Hole.
Maar terwijl ik dit schrijf, zit ik nog thuis. Op onze oranje bank. Met voorpretmuziek aan en uitgeprinte blokkenschema’s op schoot. Ik heb keurig al mijn must-sees omcirkeld met een roze marker. Als ik alles zou moeten zien wat ik ook maar licht heb aangeraakt met die marker, zou ik een marathon moeten rennen tussen de verschillende podia.
Ondertussen app ik regelmatig heen en weer met vrienden.
“Ik tel al af sinds maandagochtend.”
“Heb je Aparat al geluisterd? Daar moeten we honderd procent heen.”
“de Italo Disco van Mind Enterprises is echt een meme waar je bij moet zijn. Negroni Love; ik bedoel maar”
“We moeten eigenlijk ook zo’n herkenbare stok, met een fluffy knuffel of zo, dat was vorig jaar echt handig.”
“Hoeveel bier zullen we pre-orderen? Is achttien drankjes per persoon een beetje een schappelijke inschatting?”
“We gaan elkaar sowieso meeten!” (de meest uitgesproken festivalleugen)
Kortom: de voorpret is begonnen. Eigenlijk al sinds ik vorig jaar het festivalterrein afliep en de recensies van het weekend langzaam binnendruppelden. Ik weet nog dat ik dacht: god, wat heb ik weer zin in volgend jaar.
Voorpret is een kunst.
En niet alleen toen je als kind de nacht voor je verjaardag of Sinterklaas niet kon slapen (Anyone?). In de psychologie bestaat er zelfs een vrij klinisch klinkende term voor: anticipatory joy. Of positive anticipation. De vreugde die je voelt voordat iets daadwerkelijk gebeurt.
Je brein wacht namelijk niet braaf tot je het festivalterrein oploopt. Het begint al eerder. Bij het maken van de groepsapp. Bij de DTRH-preborrel. Bij het omcirkelen van je favoriete artiesten in het blokkenschema. Mogelijk zelfs bij het hutjemutje opgepropt staan in de pendelbus, terwijl iemand met een veel te grote backpack tegen je gezicht staat gedrukt. Voorpret is, volgens psychologen, een soort mentaal voorschot. Iets op de horizon waardoor de week net iets minder vlak voelt. Een punt om naartoe te leven. Licht aan het einde van de tunnel, om het maar even dramatisch te zeggen.
Zo herkenbaar. Er is weinig zo fijn dromen van hoe mooi iets kan zijn.
Tegelijk zit daar ook een valkuil. Want (mijn) voorpret kan ook doorschieten. Dan leef ik het moment al helemaal in mijn hoofd voordat het is begonnen. Dan heb ik het festival al drie keer beleefd voordat ik überhaupt door de toegangspoorten ben gelopen. Dan heb ik in mijn fantasie al gedanst, gelachen, gezweet, vrienden kwijtgeraakt, ze weer teruggevonden en een diepe nachtelijke levensles gehad naast de toiletten.
Kan het in het echie dan niet alleen maar tegenvallen?
Ik ken mezelf. Ik heb die neiging. Om verlangen langzaam te laten veranderen in controle en spontaniteit en avontuur voor de zekerheid alvast in te plannen.
Dan slaat de voorpret door.
Dus ik ga proberen de voorpret niet de overhand te laten nemen. Mijn blokkenschema meen te nemen, maar niet dwangmatig te volgen.
Wish me luck.
Maar nu eerst: koude knakworsten.
Tips van deze editie
Geen tips, ik zit brak op een festivalstoel. Wat dacht je zelf?
Of nou ja, misschien één; na een dag dansen, zweten en drinken: drink een ORS. Scheelt een flinke kater.



